Martha Nussbaum - Upheavals of Thought (2001)

"Emotions are not just the fuel that powers the psychological mechanism of a reasoning creature, they are parts, highly complex and messy parts, of this creature's reasoning itself."

Als je lang in een corporate omgeving aan de top functioneert, kan je het gevoel krijgen dat je geleefd wordt en afgestompt geraakt. Je denkt dan misschien zelfs: “Ik voel geen emoties meer!”. Anderzijds zijn er misschien wel regelmatig gesprekken over normen en waarden en over het feit dat die soms in conflict geraken met de context waarin we moeten werken. Na het lezen van Martha Nussbaum, ontdek je dat die waarden conflicten zelf eigenlijk sterke emoties zijn. We benoemen ze echter niet spontaan als emoties. In haar boek “Oplevingen van het denken - over de menselijke emoties” legt ze dit haarfijn uit.

Volgens de stoïcijnen zijn emoties waardeoordelen die een groot belang voor je welbevinden toeschrijven aan bepaalde zaken en mensen die je niet in de hand hebt. In haar boek vertrekt ze van die stelling en past die aan om er een ruimere invulling aan te geven.

Ik zal betogen dat emoties altijd de gedachte aan een object inhouden, gecombineerd met de gedachte dat dat object heel belangrijk is. In dat opzicht zijn emoties altijd tevens een inschatting of waardeoordeel. Ik noem mijn standpunt daarom een “cognitief-evaluatief” standpunt. Met “cognitief” bedoel ik hier echter alleen “betrokken bij het ontvangen en verwerken van informatie”. Ik impliceer dus niet dat er ingewikkelde afwegingen of berekeningen plaatsvinden en zelfs niet dat er sprake is van een reflexief zelfbewustzijn.

Emoties maken met andere woorden deel uit van het cognitief proces. Ze helpen je om de wereld om je heen beter te begrijpen. We zijn in ons Westers denken, misschien vooral dankzij Descartes en co, vergeten hoe belangrijk emoties zijn in dit “systeem van denken”.

Tegenover het stoïcijnse standpunt over emoties staat de opvatting dat emoties “onberedeneerde bewegingen” zijn, gedachteloze energiestoten die je zo maar wat heen en weer duwen, zonder enig verband met de manier waarop je de wereld waarneemt of hoe je daarover denkt. Zo voortgestuwd als door een windvlaag of zeestroming blijf je dan wel voortdurend in beweging, maar het is een stompzinnige beweging, zonder dat je een object voor ogen hebt of ideeën daarover. Daarom is het ook meer “duwen” dan “trekken”. Soms wordt deze opvatting gekoppeld aan de gedachte dat emoties uit een 'dierlijk' deel van onze natuur voortkomen en niet specifiek menselijk zijn - meestal door denkers die geen hoge pet op hebben van de intelligentie van dieren. Soms wordt het standpunt van de tegenpartij gekoppeld aan de gedachte dat emoties “lichamelijk” zijn en niet “geestelijk”, alsof dat afdoende reden zou zijn om ze niet intelligent te vinden.

Volgens Martha Nussbaum zijn emoties steeds gericht. Ze hebben een object, bijvoorbeeld je overleden vader. En het is niet zo maar een object. Er hangt een interpretatie aan vast, bv. mijn overleden vader was iemand die bijzonder belangrijk was, die waardevol was en onherroepelijk van me losgesneden werd.

Emoties zijn ook steeds gegrond in overtuigingen. Ze zijn gekoppeld aan waardeoordelen. Als je een emotie voelt, kan het je inzicht geven in je eigen waarden en normen. Emoties zijn ook “eudaimonistisch”. Eudaimonia is het menselijk geluk van een vervuld leven. Alles waaraan je intrinsieke waarde toeschrijft. Emoties gaan dus over jouw persoonlijk welbevinden. De waardebepalingen waarmee emoties gepaard gaan vinden plaats vanuit mijn perspectief, niet vanuit een centraal gezichtspunt. Emoties zijn een niet te ontkennen verwijzing naar het Zelf. Emoties bekijken de wereld vanuit het gezichtspunt van mijn eigen doelen en plannen, dingen waaraan ik waarde hecht vanuit een bepaalde opvatting van wat voor mij een goed leven inhoudt.

Martha Nussbaum leert ons dat we emoties kunnen opvatten als met waarde geladen manieren om de wereld, inclusief onszelf, te begrijpen. Uit haar persoonlijke getuigenis leer je echter dat het wat oefening en durf vergt om die emoties in de ogen te kijken.

Misschien komen we er niet achter welke beschrijving van ons object nu eigenlijk het sterkst naar voren komt. Als het belangrijk is om hierover uitsluitsel te krijgen, kunnen we alleen maar letten op het patroon van onze oordelen en in ons gedrag. Toen ik in 1995 moest beslissen of ik van Brown zou overstappen naar de Universiteit van Chicago, werd ik heel verdrietig bij de gedachte dat ik in Chicago zou wonen. Wat was het object van dat verdriet? Als dat de afdeling filosofie van Brown was, dan was dit misschien een teken dat ik de overstap niet moest maken. In dat geval was Brown belangrijker voor me dan ik dacht. Aan de andere kant was het heel goed mogelijk dat het object van mijn verdriet iets veel vagers en ongrijpbaarders was, iets als 'mijn verleden' of 'mijn jeugd', want ik had 25 jaar in Cambridge, Massachusetts gewoond. In tegenstelling tot de afdeling filosofie van Brown was dit algemene object iets wat ik zeker niet terug kon krijgen. Dus zou het dan niet zo'n goed idee zijn om in Cambridge te blijven, alleen maar om niet te hoeven treuren om 25 jaar van mijn leven. Door na te gaan in welke situaties ik het verdriet voelde en wat het patroon van mijn andere oordelen en gedrag was, kwam ik tot de slotsom dat in dit geval het verleden waarschijnlijk het echte object van mijn verdriet was en dus ging ik naar Chicago. Bij dit voorbeeld gaat het om twee afzonderlijke objecten, maar ook als we twee verschillende beschrijvingen van hetzelfde object vergelijken gaan we zo te werk.

Als uitsmijter een prachtig stukje uit “De Alchemist” van Paulo Coelho. Het gaat over het leren luisteren naar je lichaam, naar je emoties,... iets waar je na een passage aan de top in corporate world echt wel tijd nodig kan hebben om die skill weer te ontwikkelen.

“Mijn hart is verraderlijk,” zei de jongen tegen de alchemist, toen ze stopten om de paarden wat te laten rusten, “het wil niet dat ik doorga.” “Dat is goed,” antwoordde de alchemist opnieuw. “Het bewijst dat je hart leeft. Het is logisch dat je bang bent om alles wat je bereikt hebt te ruilen voor een droom.”

“Waarom moet ik dan naar mijn hart luisteren?”

“Omdat je het nooit stil zult kunnen houden. En zelfs al doe je net of je niet hoort wat het zegt, het zit toch in je borst en blijft maar herhalen wat het denkt over het leven en de wereld.”

“Zelfs al is het verraderlijk?”

“Verraad is een overval waar je niet op bedacht bent. Als je je hart goed kent, zal het je nooit kunnen overvallen. Want je zult alle dromen en wensen die het heeft, kennen en daarmee om weten te gaan. Niemand kan vluchten voor zijn eigen hart. Daarom is het beter te luisteren naar wat het zegt. Zodat je nooit verrast wordt."

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x